Een zoen van Auk

Wat bezielde mijn opa en oma om naar Nederlands-Indië te gaan precies op het moment dat daar de onafhankelijkheidsoorlog uitbrak?

Ik heb daar nooit over nagedacht, totdat ik Diederik van Vleuten zag spelen in de Koninklijke Schouwburg. Hij vertelde over zijn oudoom Jan, die naar Nederlands-Indië was vertrokken, op een rubberplantage ging werken, en verliefd werd op de mooie Aukje.

Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Oom Jan kreeg opdracht om terug te vechten. Hij moest door het woud naar Batavia sluipen, zodat ‘de verdediging ter hand kon worden genomen’.

Eer Featured imagehij aankwam, drie weken later, had Nederland zich overgegeven. Jan belandde in een Jappenkamp. Op kleine briefjes arriveerden er rookwaren, als ik het me goed herinner, en ook steeds een zoen van Auk.

De oorlog bracht honger en dorst, ziekte en verschrikking, en voor velen de dood. Het duurde jaren voordat de Japanners met atoombommen werden verslagen, dat deel van de geschiedenis is bekend.

Over wat daarna gebeurde heb ik op school niet veel gehoord. Tijdens de geschiedenislessen ging het wel over de Verenigde Oostindische Compagnie en de rijkdommen en specerijen die daarginds vielen te vergaren. Niet over de worsteling van Indonesië om los te komen.

Maar dat is wat gebeurde. Meteen na het einde van WO II kwam een deel van de Indonesiërs in opstand. Ze vochten voor onafhankelijkheid.

Jan en Aukje keerden terug naar het vaderland. Naar Den Haag, waar de opa van Diederik woonde met zijn gezin in de Riouwstraat – ik lees nu dat Riouw een provincie van Sumatra is, een mooi toeval, waardoor ik kan zeggen: Indië was ook daarna nooit ver weg.

Net op dat moment vertrokken mijn opa en oma naar het verre oosten. De grote landkaart van Indonesië, de koffer midden op het podium, en de voorstelling van Van Vleuten waren genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken.

Sinds die avond met Diederik van Vleuten speelt de vraag door mijn hoofd: wat moesten ze daar? Was het ambitie? Zucht naar avontuur? Ben ik ook zo?

Diederik van Vleuten stond daar op het podium met een grote kist. Daarin zat het familiearchief. ‘Laat dat maar aan de Van Vleutens over’, zei hij met enige zelfspot. Oom Jan had zijn herinneringen in vier cahiers en keurig handschrift geboekstaafd.

Ik geloof niet wij zo’n familiearchief hebben. Wij hebben immers ook geen landgoed. Maar ik wil proberen om toch iets te weten te komen over die tijd.

Blote mannen

Strandjutten. De zee staat er bekend om, maar ook bij rivieren spoelt er veel aan. We lopen veel bij de Waal, en vaak staan we versteld wat we er allemaal vinden. Een keer leek het of er een groentewinkel was aangespoeld: elke honderd meter vonden we een andere groente. Een spitskool, een halve ui, een slakrop, een prei, een wortel. Een andere keer was er ogenschijnlijk een cocktailschip gezonken: we vonden een ananas, halflege flessen wodka, een citroen, aardbeien.

We hebben koeien gevonden,

wpid-20150522_204554.jpg

een matras, lege flessen, twijfelachtige blikken (van mensen en van metaal). We hebben stokken gevonden,

wpid-20150515_161729.jpg

honden, voordeuren, zeldzame planten,  autobanden en dode vissen.

wpid-20150527_093842.jpg

Maar dit was de eerste keer dat we een blote man gevonden hebben.

“Er komt een naakte man aangelopen,” zei ik, net iets te hard.

Toen de man dichterbij kwam, zagen we dat hij toch niet helemaal bloot was. Een stringetje had hij aan, een piepklein zwart stringetje, dat niet eens een poging deed om zijn omvangrijke lijf te bedekken. Maar verder was hij hartstikke bloot. Een oudere man al, grijs, corpulent. Zijn stringetje zat niet lekker, dat was te zien.

Ik durfde hem niet te vragen waarom hij bloot was, daar, met een temperatuur van twaalf graden. Jammer, want dan was dit ongetwijfeld een interessanter verhaal geweest. Nu kan ik alleen maar gissen.

Er zijn plekken aan de Waal waar het niet raar is om blote mensen tegen te komen. Maar in een hondenlosloopgebied in een behoorlijk christelijke gemeente, daar dus wel. Wij speculeerden dat hij was komen zwemmen van de overkant. Of overboord was geslagen van datzelfde cocktailschip. Dat hij een ongezonde interesse had in koeien.

wpid-20150522_204634.jpg

Toen we terugliepen, kwamen we hem weer tegen. Ditmaal betrapten we hem erop dat hij net zijn stringetje weer aan trok. Een echte exhibitionist was het dus niet. We groetten hem, maar hij groette niet terug. Bloot zijn vergt concentratie. Of misschien schaamde hij zich toch, al was dat niet te zien. Hij deed alsof iedereen hier altijd zo zijn hond uitlaat: bloot, en zonder hond.

Voorlopig doen wij het echter nog gekleed. In ieder geval zolang het kwik niet boven de dertig graden uitkomt.

Nederlands Openluchtmuseum

Ik zit al enige tijd te piekeren over deze post. Maartje heeft de lat hoog gelegd met haar mooie, samenhangende verhalen. Ik heb vooral de neiging om foto’s te posten van bijzondere plaatsen in mijn omgeving.

Nu wil ik jullie graag vertellen over een van mijn favoriete musea: Het Openluchtmuseum in Arnhem. Maar een goed gestructureerd en verhaaltechnisch interessant relaas gaat het dus niet worden, want ik heb vooral foto’s gemaakt. Dit keer moeten jullie het er maar mee doen! Voor een volgende post ga ik snuffelen in mijn verzamelbank van Randwijkse anekdotes.

Dus bij dezen: het Openluchtmuseum! In de winter is het museum te bezoeken als wandelpark, maar van 1 april tot 1 november is het echt open als museum. Dit betekent dat je alle gebouwen ook daadwerkelijk in kunt en overal kunt ontdekken hoe men in Nederland leefde in de voorgaande eeuwen.

wpid-20150407_161304.jpg

Blauwe boerderij! Ik vind het jammer dat ze tegenwoordig nooit meer deze kleur hebben in Nederland. Schijnbaar deed men dit omdat het zou helpen tegen vliegen. Ik denk dat dat heel hoopvol was van de bewoners, maar vrolijk stond het wel.

wpid-20150407_145632.jpg

Afgelopen bezoek ben ik voor het eerst en voor het laatst met de tram geweest. Ik loop veel liever door het park, maar goed, je moet alles eens proberen. En de tram zelf is natuurlijk wel erg geinig.

wpid-20150407_152039.jpg

Deze boerderij is Drents. Ik verbeeld me dat ik voorouders heb die zo geleefd hebben, maar dat lijkt me eigenlijk vrij hoopvol. Ik denk dat mijn voorouders vooral in plaggenhutten leefden.

wpid-20150407_151906.jpg

Het ziet er fantastisch uit, maar stel je toch eens voor dat je echt zo leefde. Dit is recht aan de deel, waar de dieren stonden. Er is nog wel een voorkamer, maar daar zullen ze niet al te veel gezeten hebben, gezien hier het vuur was.

wpid-20150407_152511.jpg

Die hond? Ken ik niet, hoor…

wpid-20150407_152537.jpg

Grote Groningse boerderij! Een stuk chiquer van de binnenkant. Maar van buiten stiekem minder mooi, als ik eerlijk ben.

wpid-20150407_152814.jpg

Zo’n washok heb ik tegenwoordig ook nog niet. En eigenlijk wil ik dan ook een meid in dienst om die was voor mij te doen!

wpid-20150407_152701.jpg

‘t Had bijna de inrichting van een willekeurige opa of oma kunnen zijn, maar ik geloof dat deze toch echt minstens honderd jaar oud is.

wpid-20150407_153253.jpg

Geiten zijn cool.

wpid-20150407_161030.jpg

En natuurlijk moeten we ook altijd even een kijkje nemen in de Zaanstreek. Niet alleen vanwege de mooie gebouwen en bruggetjes, maar ook vanwege onderstaande winkel.

wpid-20150407_160545.jpg

Manlief heeft een zwak voor de puddingbroodjes 😉

Wat ik zo leuk vind aan het Openluchtmuseum, al heb ik daar geen foto’s van, is dat er overal mensen bezig zijn met oude ambachten. Er is een donkere smederij die niet al te veel moet verschillen van de smederij waar mijn opa in opgegroeid is. Er staan weefgetouwen en spinnewielen, er wordt wol geverfd met planten uit de grote kruidentuin, wagens gebouwd, vee gehouden, voedsel verbouwd, manden gevlochten, touw geslagen en ga zo maar door. Je mag overal kijken en vaak zelf proberen. De mensen die het voordoen, zijn vaak heel enthousiast over hun ambacht.

Je ziet hoe men vroeger leefde, maar ook hoe het anders kan. Dát vind ik leuk. Een zelfgemaakt springtouw geeft nou eenmaal veel meer plezier dan eentje die je bij de Bart Smit hebt gekocht.

Tabee, ik ga even een brood bakken 😉

Herinnering aan de doden

De herinnering aan de doden is voor hen een tweede leven.

Dat staat op een plaquette die in de Reinkenstraat hangt, boven een portiek, precies tussen de kaaswinkel en de groenteboer. De aardbeien van de groenteboer hebben hun zoete geur al vaak mijn neus in gedrongen, en in de kaaswinkel koop ik regelmatig een stuk kaas bij een ineengedoken, muizig vrouwtje. Maar die portiek, laat staan de plaquette, is me nooit opgevallen.

Featured imageWas die ook zo onopvallend toen hier in de Tweede Wereldoorlog Joden waren ondergedoken? Het lijkt onbegrijpelijk dat hier twee jaar lang Joden in en uit hebben kunnen lopen zonder dat de buurt er iets van merkte. Toch gebeurde dat.

Het appartement op de eerste verdieping was een doorgangshuis voor Joden die moesten onderduiken. Het verzet maakte misbruik van de goedheid, of de gedweeheid, van Mies Walbeehm, de vrouw die hier naar schatting 120 Joden verstopte. Niet allemaal tegelijk, maar soms zaten er wel 34 in haar tweekamerappartement, in afwachting van een permanenter schuiladres.

Zo veel mensen zitten er ook vandaag, tijdens de dag voor Open Joodse Huizen. Net als toen zijn er mannen en vrouwen van alle leeftijden, een paar kinderen, onbekenden van elkaar.

De huidige bewoner is er niet, maar aan de muur hangt een plaat. ‘La conséquence d’avoir une pièce’, staat erop, met een tekening van een vader die een kamer binnenstormt waarin zijn dochters liggen met ontblote borsten, ik snap de boodschap niet helemaal, maar zie wel andere consequenties van het hebben van een kamer.

De vrouw die naast me zit begint onmiddellijk te vertellen over haar vader die schoenlapper was en schoenen maakte voor de Joden tijdens de oorlog en dat zij het misschien wel van hem heeft dat ze zich nu inzet voor het voorlezen van de namen van de mannen die werden doodgeschoten als vergeldingsactie voor een daad van het verzet. Als ik veel langer naar haar onophoudelijke gepraat moest luisteren, zou ik willen ontsnappen – maar dat gaat dus niet.

De namen van de 24 mensen hier werden ontdekt door de Duitsers en vermoord in Sobibor worden voorgelezen, zodat we hen niet vergeten. Dat is goed, ook al blijven ze me niet bij en zijn het namen zonder gezichten of verhalen of identiteit.

Ik onthoud wel de naam van Mies Walbeehm. Ze was naïef, mopperde haar zus vijftig jaar na dato, impulsief, rusteloos. Natuurlijk kon het niet goed gaan om in zo’n portiekflat Joden te verbergen, in een drukke straat, achter een groot, weliswaar geblindeerd raam. Dat wist Mies ook wel, zeggen de mensen die haar kennen, en toch deed ze het.

Ze overleefde het. Ook zij werd gearresteerd bij de inval in haar huis in 1943, ze werd naar Vught gebracht, maar ze werd niet gedood. Waarom? Omdat ze er niet aan had verdiend, luidt een van de verklaringen – op haar bankrekening stond aan het begin van de oorlog 15 duizend gulden, daar was halverwege al niets meer van over omdat ze er eten van kocht voor de Joden. Het lijkt een verklaring die niet klopt met de meedogenloosheid van de Duitsers.

Wat als het gewoon haar naïviteit is geweest die haar heeft gespaard? Naïeve mensen hebben de halve wereld. Ze nemen onverantwoorde risico’s, maar ze krijgen daardoor ook vaak hulp uit onverwachte hoek. Is het de naïviteit die Mies Walbeehm heeft gered? Dat zijn dingen die ik denk als ik aan Mies Walbeehm denk, een buurtgenoot die ik voorheen niet kende.

Een buurtgenoot aan wie ik tot mijn schaamte ook nu zomaar voorbij kan gaan op een moment dat ik dat niet zou willen.

Op de avond van 4 mei, Dodenherdenking, ga ik kaasfonduen met mijn volleybalteam. Misschien niet een heel geschikte avond, zeggen we vooraf nog tegen elkaar, maar goed, we zouden dan om acht uur ’s avonds gewoon gepast even stil zijn.

We zitten met z’n allen aan een grote vierkante tafel. De ene teamgenoot vertelt over het mislukken van een kortstondige liefde met een Amerikaan – hij wilde altijd naar dure restaurants Featured imageen als hij niet opschepte over hoe slim hij was, dan pochte hij wel met de mooie spullen die hij had.

De andere teamgenoot laat een foto zien op haar telefoon, van een jurkje. Voor de een lijkt het kledingstuk blauw met zwart, de ander ziet het als wit met goud. Het fascinerende niemendalletje gaat van hand tot hand, als een moderne tekening van Freud maar dan zonder ook maar iets over de mannelijke gedachtewereld te onthullen.

Waar we ook aan dachten, niet aan de doden. Die herinnerden we ons pas een uur later.

De Italiaan

De oude Italiaan zit hier op de hoek van de straat. Hij was de eerste die ik zag toen ik hier kwam wonen. Of eigenlijk: zijn buik was het eerste wat ik zag. Die puilde zo uit dat je aandacht eerst daarnaartoe getrokken werd en pas daarna naar het hoofd dat erboven zat. Dat hoofd, met ogen die keken alsof ze de opzichters waren van de buurt. Ter verduidelijk stond in sierletters op het raam van de oude Italiaan: ‘Da Sebastiano’. Alsof hij wilde zeggen: dit is mijn domein.

Het duurde niet lang voordat ik bij de Italiaan op bezoek ging. Eigenlijk totdat hij, naast de geschilderde boodschap dat er elke dag vers werd gekookt, vermeldde dat er vanaf heden ook pizza’s verkrijgbaar waren. Ik houd van pizza.

De oude Italiaan, Sebastiano dus, bleef met het handbeschreven bord waarop de traditionele gerechten van de dag waren genoteerd langs de tafeltjes gaan, maar hoe vaak hij ook heerlijk en perfect zei, de meeste gasten kozen toch voor pizza.

Het ging zo ver dat op een dag Sebastiano bleef zitten achter de computer waarop hij pokerde in het zicht van zijn klanten. De boodschappen die hij naar zijn uit Italië aangetrokken obers schreeuwde klonken allengs norser. Na een paar keer had ik weinig zin om er nog pizza’s te bestellen.

Maar nu is er een nieuwe Italiaan in de buurt – en hij heeft niet eens pizza’s, alleen pasta, en noemt zich dus treffend de Pastakantine. Ik weet eigenlijk niet zeker of deze Italiaan genetisch gezien een Italiaan is, maar goed, het eten is dat wel. Het is ook vers, goed en biologisch, en authentiek, volgens de menukaart.

De gerechten dragen klinkende namen als Linguine al pesce del giorno en Lasagne alla boscaiola. Die lasagne neem ik, en de serveerster zegt dat die heel lekker is, en ik ben bij voorbaat al tevreden. (En na afloop nog steeds.)

Deze Italiaan heeft geen plastic druiven en wijnkaraffen aan zijn plafond gemonteerd, zoals Sebastiano. Hij heeft een zwart-wit geblokte vloer, oude Featured imageschoolstoelen, en het belangrijkste van al: beschilderde papieren bordjes aan de muren, in de kleuren wit en groen.

Ik heb het nooit geweten, maar dat is wat ik wil: bordjes van papier aan de muur met tekeningen erop. Op het ene bordje is een vogel getekend, op het Featured imageandere een meisje, en op eentje staat simpelweg I love Italy. Zo is het, ook al vraag ik me soms af of Rome nog steeds mijn favoriete stad is of dat ik nu vind dat er te veel toeristen komen.

Hoe het ook zij: dit is een Italiaan van de nieuwe generatie. Hij wachtte zijn kans af tot de bank die hier tot een jaar geleden zat het gebouw opgaf. Het was zo’n bank die te hoge bonussen geeft aan zijn topbestuurders, waar mensen dan verontwaardigd over worden en overstappen op minder egoïstische banken, wat hypocriet is, want zijn bonussen dan echt erger dan de wapenhandel en de milieuvervuiling en de uitbuiting die de bank daarvoor een handje hielp?

Maar goed. Basta grootkapitaal, benvenuto kleine ondernemer.

En dan heb ik het nog niet eens over zijn tiramisu gehad. Heerlijk en perfect.Featured image

Uiterwaaiden

Oké, ik moet natuurlijk niet steeds over dezelfde locatie gaan schrijven. Maar het bijzondere van een rivierlandschap is dat het elke keer weer anders is. De westerstorm van gisteren heeft met een kwast over het strandje gejaagd. Er zijn lijnen getrokken in het zand, duintjes opgewaaid achter elke kiezelsteen. De grond zag er bijna als een abstract schilderij uit.

wpid-20150401_082703.jpg

wpid-20150401_082550.jpg

wpid-20150401_084505.jpgwpid-20150401_084013.jpg

De penseelstreken van de wind hebben geen enkele aantrekkingskracht op Kim. De hogere golven en de wind in haar harige oortjes, echter…

wpid-20150401_084026.jpg

wpid-20150401_083526.jpg

Het gras wordt al weer groener!

wpid-20150401_085155.jpg

En nu wordt het tijd voor een ander onderwerp uit de regio.

…Maar nog één plaatje voor de mooi.

wpid-20150401_083956.jpg